Termen database

Limbisch systeem

Het limbisch systeem bestaat uit een aantal hersendelen, en is betrokken bij emotie en motivatie. De hersendelen die onderdeel zijn van het limbisch systeem zijn de hippocampus, amygdala, fornix, septum en delen van de thalamus.

Onderzoekers gaan er vanuit dat er niet slechts één hersengebied is dat verantwoordelijk is voor alle soorten emoties. Dit wordt ondersteunt door een bekende case-studie met een patiënt die in de literatuur SM wordt genoemd. Deze patiënt scoorde goed op verschillende cognitieve taken, en ook op emotionele tests werden geen duidelijke afwijkingen gevonden. Wanneer ze echter emoties moest herkennen in gezichtsuitdrukkingen en gesproken fragmenten, lukte het haar niet om de emotie angst te onderscheiden. Wanneer ze werd gevraagd deze emotie te beschrijven lukte dit wel, waaruit blijkt dat ze het concept angst wel snapt, maar alleen niet kan herkennen. Uit deze zaak kunnen we afleiden dat angst waarschijnlijk op een andere manier verwerkt wordt dan andere emoties (want dit is de enige emotie die bij SM beïnvloed is).

Emoties zijn subjectieve ervaringen, en daarom moeilijk te onderzoeken. De makkelijkste emotie om te onderzoeken is angst, omdat gebruik gemaakt kan worden van duidelijke fysiologische veranderingen om deze emotie te meten. Je kunt hierbij denken aan een verhoogde hartslag, of beginnen te zweten. Het blijkt dat de amygdala een hele belangrijke rol heeft bij het ervaren van angst. Dit kan getest worden door angst-conditionering toe te passen. Hierbij wordt een stimulus getoond die direct gevolgd wordt door een vervelende ervaring (bijvoorbeeld een elektrische schok). Na een aantal trials leidt dit ertoe dat het lichaam zich klaarmaakt voor een schok wanneer alleen de stimulus wordt aangeboden (de hartslag verandert, etc.). Wanneer er schade is aan de amygdala treden deze fysiologische veranderingen niet op, terwijl de persoon wel weet dat er een elektrische schok komt. Het is dus moeilijk geworden om angstig te reageren. De hippocampus is juist betrokken bij aangeleerde emoties. Dit komt doordat dit gebied ook belangrijk is voor geheugen en associaties. Bij mensen met schade aan de hippocampus treden bij het bovenstaande experiment wel fysiologische veranderingen op. Maar deze personen kunnen niet aangeven dat de stimulus wordt gevolgd door een schok. Ze hebben dus alleen een onbewuste reactie van angst, maar ze kunnen niet benoemen waarom ze bang zijn.

De hippocampus is en de amygdala kunnen elkaar beïnvloeden, en hiermee een emotie opwekken of versterken. De hippocampus kan ervoor zorgen dat de amygdala actief wordt op basis van een herinnering. Je kunt denken aan de volgende situatie; je bent gebeten door een hond, dat heb je opgeslagen in je geheugen. De volgende keer dat je een hond ziet haal je deze herinnering op, en stuurt de hippocampus een teken naar de amygdala dat het lichaam gereed moet worden gemaakt om te vluchten (je ervaart dit als angst).   Het is heel moeilijk om te zeggen hoe emoties precies tot stand komen in de hersenen. Dit komt onder andere omdat de verschillende delen van het limbisch systeem allemaal actief worden tijdens het ervaren van de verschillende emoties. Alleen de emotie walging is een uitzondering, omdat hierbij vooral activiteit in de insula gevonden wordt.

Auteur: Myrthe Princen
Please wait... loading