Termen database

Synaps

Een synaps is het punt waarop twee neuronen met elkaar kunnen communiceren. De twee betrokken neuronen worden hierbij het pre-synaptisch en het post-synaptisch neuron genoemd. Het pre-synaptisch neuron bevindt zich voor de synaps en verstuurd signalen naar het post-synaptisch neuron. Deze signalen bevinden zich op een bepaald moment tussen de twee neuronen. Deze ruimte wordt de synaptische spleet genoemd.

Omdat neuronen niet met elkaar kunnen praten en luisteren, vindt in de synaps een andere manier van signaal-overdacht plaats. In de synaps vinden chemische processen plaats, wat inhoudt dat de cellen communiceren door het doorgeven van bepaalde stoffen. Deze stoffen worden neurotransmitters genoemd, en worden via een bepaald aantal stappen doorgegeven aan de volgende cel.

  1. In het cellichaam en axon van de presynaptische cel worden verschillende neurotransmitters geproduceerd.
  2. De gevormde neurotransmitters worden overgebracht naar de synaps aan het uiteinde van het axon.
  3. Een actiepotentiaal dat de synaps bereikt zorgt ervoor dat calcium de pre-synaptische cel binnengaat. Door het calcium worden neurotransmitters vrijgelaten in de synaptische spleet.
  4. De neurotransmitters in de synaptische spleet binden zich aan receptoren van de post-synaptische cel, waardoor de lading van deze cel verandert.
  5. De neurotransmitters laten los van de post-synaptische receptoren en raken inactief.
  6. Wat overblijft van de neurotransmitters lost op in de vloeistoffen van de hersenen, of wordt gebruikt, als een soort recycle-materiaal.
  7. De post-synaptische cel stuurt een stofje terug naar de pre-synaptische cel. Hierdoor stopt de presynaptische cel met het vrijlaten van de neurotransmitters.

De dendrieten van de post-synaptische cellen kunnen zowel exciterend als inhiberend zijn. Wanneer het gaat om een exciterend neuron, dan zorgt stimulatie vanuit de synaptische spleet ervoor dat de kans groter is dat het post-synaptische neuron ook gaat vuren, en het signaal op deze manier nog verder doorgeeft. Dit wordt veroorzaakt doordat het exciterende membraan zorgt voor een positieve lading in de cel. Deze lading wordt een EPSP genoemd (excitatory post-synaptic potential). Bij een inhiberende cel gebeurt juist het tegenovergestelde. Er ontstaat een negatieve lading, een IPSP (inhibitory post-synaptic potential), de kans dat het post-synaptische neuron gaat vuren wordt juist kleiner.

Auteur: Myrthe Princen
Please wait... loading