Beauty & de Brains

Last update: juni 22, 2026
l
Reading time: 6 minutes
l
By Brain Matters

Als je naar iemands gezicht kijkt, wat is dan het eerste dat door je hoofd gaat? Waarschijnlijk bepaal je eerst de belangrijkste kenmerken van de persoon bij wie het gezicht hoort. Is het een man of een vrouw? Ziet de persoon er vriendelijk uit? Zou dit een gevaarlijk iemand kunnen zijn? Maar nog voordat deze gedachten zich in je bewustzijn kunnen manifesteren, bepalen je hersenen al iets anders: Is dit een mooi gezicht?

Het duurt slechts een fractie van een seconde om te bepalen of iemands gezicht aantrekkelijk is of niet. In een onderzoek uit 2020, waarbij onderzoekers proefpersonen menselijke gezichten lieten zien, konden ze al 150 milliseconden na het verschijnen van een gezicht vaststellen of de proefpersonen het gezicht aantrekkelijk of onaantrekkelijk vonden, door te kijken naar elektrische signalen van de hersenen met EEG! Dit gaat zo ontzettend snel dat je voordat enige bewuste beoordeling plaatsvindt al besluit of iemand mooi is of niet, laat staan dat we iemands persoonlijkheid kunnen meewegen. Met andere woorden: het is een zeer automatisch proces waar we over het algemeen geen controle over hebben en dat door de evolutie diep in ons visuele systeem is ingebakken. Maar waarom is dat zo? 

Om deze vraag te beantwoorden zijn er veel fMRI-studies gedaan, in een poging te achterhalen waar in de hersenen schoonheid wordt verwerkt. Ze wijzen over het algemeen allemaal in de richting van één hersengebied: de orbitofrontale cortex (OFC), het onderste deel van de prefrontale cortex, dat zich direct boven je ogen bevindt.

Het bleek dat dit gebied reageerde op meerdere kenmerken van een aantrekkelijk gezicht: zo reageerde de OFC sterker op gezichten met een glanzende huid, goede gezichtsverhoudingen en make-up, en dit effect leek sterker te zijn bij gezichten met een seksueel relevante connotatie (bijvoorbeeld mannelijke gezichten bij heteroseksuele vrouwen en homoseksuele mannen). Aan de andere kant bleek uit een studie dat het gevoel van schoonheid dat mensen ervaren wanneer ze naar een kunstwerk kijken, juist een heel ander deel van de prefrontale cortex (aMPFC) activeert. Met andere woorden: de OFC reageert selectief op aantrekkelijkheid van het gezicht en niet op alle vormen van schoonheid.

De OFC is echter niet uitsluitend verantwoordelijk voor het verwerken van aantrekkelijkheid. De OFC staat ook bekend als het ‘waardegebied’ van de hersenen, waar de universele waarde van allerlei verschillende zaken wordt opgeslagen. Dit waardeoordeel helpt ons bij het nemen van beslissingen. Dit geldt voor eenvoudige keuzes, zoals welke investering we doen, op basis van wat volgens ons de hoogste financiële opbrengst zal opleveren. Het geldt ook voor complexere en meer subjectieve keuzes, zoals bij welke universiteit we ons willen aanmelden, waarbij we ons laten leiden door onze persoonlijke doelen en hoe deze aansluiten bij de studiebeschrijvingen op de website van de universiteit. Concreter gezegd: de waarden die in de OFC zijn opgeslagen, worden gebruikt om te bepalen wat ‘goed voor ons’ is en helpen ons zo bij het sturen van onze besluitvorming. In het geval van menselijke gezichten betekent dit dat aantrekkelijkere gezichten een hogere waarde hebben en ‘beter voor ons’ zijn. Betekent dit dat we onbedoeld aangetrokken worden tot aantrekkelijke gezichten omdat we ze als waardevoller en dus als ‘goed’ beschouwen? We houden onszelf graag voor dat we nooit zo fundamenteel bevooroordeeld zouden zijn, maar uit onderzoek blijkt dat we dit wel zijn. Het fenomeen van het ‘halo-effect’ is op talloze gebieden waargenomen: aantrekkelijke mensen worden gezien als intelligenter, succesvoller, socialer, moreel beter — de lijst gaat maar door. Het halo-effect verklaart onder andere ook waarom talloze vrouwen pleitten voor de vrijlating van de beruchte seriemoordenaar Ted Bundy. Naast zijn charisma zag hij er aantrekkelijker uit dan je je een seriemoordenaar zou voorstellen, dus kozen mensen er simpelweg voor te geloven dat hij onschuldig was. Met andere woorden: aantrekkelijkheid bepaalt hoe moreel goed we iemand beschouwen. 

In een ander fMRI-onderzoek vroegen onderzoekers deelnemers om de aantrekkelijkheid van gezichten te beoordelen en zagen activiteit in de OFC (niets nieuws onder de zon). Maar toen ze hen afzonderlijk zinnen lieten zien waarin bepaalde handelingen werden beschreven die ze op hun morele waarde moesten beoordelen, zag hun hersenactiviteit er precies zo uit alsof ze gezichten aan het beoordelen waren: handelingen die als moreel goed werden beoordeeld, gingen gepaard met sterkere reacties in de OFC!

Even alles op een rijtje. Ons brein beoordeelt of iemand knap is nog voordat we zelf de kans krijgen om in te grijpen. Is ons brein zo geprogrammeerd dat we aantrekkelijke mensen beter behandelen? Zoals we zojuist hebben gezien, is dat in zekere zin het geval. Wanneer we naar iemand kijken, beoordeelt ons brein onmiddellijk op basis van het uiterlijk of het een goed mens is. Dit is het meest logisch als we het vanuit een evolutionair perspectief bekijken. Aantrekkelijke gelaatstrekken duiden meestal bovenal op één ding: een goede gezondheid en reproductieve geschiktheid. Als iemand objectief gezien aantrekkelijk is (symmetrisch gezicht, mooie huid, enz.), is dat een teken dat hij of zij waarschijnlijk in goede gezondheid verkeert. Daardoor zou hij of zij een grotere kans hebben gezonde nakomelingen voort te brengen, wat hem of haar tot een goede keuze als seksuele partner maakt. Een aannemelijke interpretatie is dus dat de aantrekkelijkheid van een persoon bepalend is voor het nut dat we denken dat die persoon voor ons kan hebben, en dat is wat de hersenen in de OFC verwerken. Dit proces is ongelooflijk sterk en automatisch – heel anders dan het soort schoonheid dat we waarnemen in andere dingen, zoals kunst of de natuur. In plaats daarvan kennen de hersenen vanaf het moment dat we die persoon ontmoeten waarde toe, waardoor onze eerste indruk en de manier waarop we met hem of haar omgaan, worden gevormd.

Hoewel velen van ons onszelf er regelmatig voor prijzen dat we verder kijken dan iemands uiterlijk, velt ons brein al een oordeel lang voordat we het zelf doorhebben. Let er de volgende keer maar eens op wanneer je iemand voor het eerst ziet hoe snel je het gevoel krijgt dat diegene aantrekkelijk is of niet, en merk op hoe weinig controle je eigenlijk hebt over dit oordeel. Maar dit is geen reden om pessimistisch te zijn: ons brein is door de evolutie misschien zo geprogrammeerd dat het in een fractie van een seconde “evolutionaire nut” herkent, maar dat is niet het enige wat telt. Naast de eerste beoordeling door het brein spelen karaktereigenschappen en subjectieve voorkeuren een grote rol bij het verder vormen van ons beeld van een persoon. Je eerste indruk ligt misschien buiten je controle, maar een blijvende indruk moet je verdienen!

Auteur: Emil Stroecker

Referenties

Chuan-Peng, H., Huang, Y., Eickhoff, S. B., Peng, K., & Sui, J. (2020). Seeking the “Beauty Center” in the Brain: A Meta-Analysis of FMRI studies of beautiful human faces and Visual art. Cognitive Affective & Behavioral Neuroscience, 20(6), 1200–1215. https://doi.org/10.3758/s13415-020-00827-z

Gulati, A., Martínez-Garcia, M., Fernández, D., Lozano, M. A., Lepri, B., & Oliver, N. (2024). What is beautiful is still good: the attractiveness halo effect in the era of beauty filters. Royal Society Open Science11(11), 240882. https://doi.org/10.1098/rsos.240882

Ishai, A. (2006). Sex, beauty and the orbitofrontal cortex. International Journal of Psychophysiology63(2), 181–185. https://doi.org/10.1016/j.ijpsycho.2006.03.010

Kaiser, D., & Nyga, K. (2020). Tracking cortical representations of facial attractiveness using time-resolved representational similarity analysis. Scientific Reports10(1), 16852. https://doi.org/10.1038/s41598-020-74009-9

Sakano, Y., Wada, A., Ikeda, H., Saheki, Y., Tagai, K., & Ando, H. (2021). Human brain activity reflecting facial attractiveness from skin reflection. Scientific Reports11(1), 3412. https://doi.org/10.1038/s41598-021-82601-w

Shen, H., Chau, D. K. P., Su, J., Zeng, L., Jiang, W., He, J., Fan, J., & Hu, D. (2016). Brain responses to facial attractiveness induced by facial proportions: evidence from an fMRI study. Scientific Reports6(1), 35905. https://doi.org/10.1038/srep35905

Thornhill, R., & Gangestad, S. W. (1999). Facial attractiveness. Trends in Cognitive Sciences, 3(12), 452–460. https://doi.org/10.1016/s1364-6613(99)01403-5

Tsukiura, T., & Cabeza, R. (2010). Shared brain activity for aesthetic and moral judgments: implications for the Beauty-is-Good stereotype. Social Cognitive and Affective Neuroscience6(1), 138–148. https://doi.org/10.1093/scan/nsq025

Ueno, A., Ito, A., Kawasaki, I., Kawachi, Y., Yoshida, K., Murakami, Y., Sakai, S., Iijima, T., Matsue, Y., & Fujii, T. (2014). Neural activity associated with enhanced facial attractiveness by cosmetics use. Neuroscience Letters566, 142–146. https://doi.org/10.1016/j.neulet.2014.02.047

Werheid, K., Schacht, A., & Sommer, W. (2007). Facial attractiveness modulates early and late event-related brain potentials. Biological Psychology76(1–2), 100–108. https://doi.org/10.1016/j.biopsycho.2007.06.008

White, J. D., & Puts, D. A. (2019). Genes influence facial attractiveness through intricate biological relationships. PLoS Genetics, 15(4), e1008030. https://doi.org/10.1371/journal.pgen.1008030

Related Posts
Check onze database
Alles wat je wilt weten over het brein op één plek. 
DATABASE
Related posts:
Here you will write about your company, a tittle description with a maximum of 2 sentences
Copyright © 2022 Brainmatters
magnifiercrossarrow-downarrow-leftarrow-rightmenu-circle