Termen database

Basale ganglia

De basale ganglia bestaan uit een aantal subcorticale structuren, waarvan de caudate nucleus, het putamen en de globus pallidus de belangrijkste zijn. Deze groep structuren heeft verbindingen met heel veel delen van de cortex, maar vooral met de frontaalkwab. De basale ganglia worden daarom geassocieerd met het plannen van bewegingen, geheugen, emotie, redeneren en aandacht. Bij het niet functioneren van de basale ganglia ontstaan stoornissen zoals Parkinson en Huntington, twee ziektes die vooral betrekking hebben op het disfunctioneren van bewegingen.

De caudate nucleus en het putamen staan bekend als het striatum, en dit is de inputkern van de basale ganglia. Dit betekent dat ze informatie krijgen uit andere delen van de hersenen, en dan met name uit de cortex. De globus pallidus is de outputkern van de basale ganglia, en krijgt dus informatie van de caudate nucleus en het putamen. Deze informatie wordt vervolgens doorgestuurd naar de thalamus. De thalamus is vervolgens in staat om deze gegevens door te sturen naar de motorische en frontale gebieden in de cortex.

We hebben nu de structuren en verbindingen van de basale ganglia uitgelegd. Hoe deze verschillende structuren samenwerken is echter een heel ander verhaal, en niet zo makkelijk als je in eerste instantie zou denken. Logischerwijs zou activiteit van de cortex ervoor zorgen dat de basale ganglia actief worden. Dit zou er dan voor zorgen dat de thalamus actief wordt, en deze zou een beweging aansturen. Maar dit is dus niet het geval.

Het gedeelte van de thalamus waar de globus pallidus naar projecteert is namelijk altijd actief. Dat betekent dat dit gebied non-stop signalen stuurt naar de motorische cortex. In het dagelijks leven kan dit natuurlijk niet functioneren, omdat er nu eenmaal momenten zijn waarop we stil moeten zitten, of slechts een klein gedeelte van ons lichaam willen bewegen. Om tegen te gaan dat we altijd bewegen heeft de globus pallidus verbindingen met de thalamus. De globus pallidus werkt met de neurotransmitter GABA, die vooral inhibitoire receptoren heeft. Dit houdt in dat de globus pallidus alle activiteit van de thalamus tegenhoudt (dit noemen we inhiberen).

Bij het maken van een vrijwillige beweging komen er signalen uit de cortex naar de caudate nucleus en het putamen. Deze twee structuren kunnen vervolgens aan de globus pallidus vertellen dat het sommige signalen niet meer moet inhiberen. De globus pallidus wordt dan dus even ‘uitgezet’ voor het tegenhouden van deze bewegingen (de inhibitie wordt dus geinhibeerd, dit noemen we disinhibitie).

 

Auteur: Myrthe Princen
Please wait... loading