Mini Minds, Zware Lasten - Stress in een Ontwikkelend Breintje

Last update: maart 10, 2026
l
Reading time: 9 minutes
l
By Brain Matters

Inleiding over vroege stress

We willen allemaal terug naar de tijd waarin we geen stress kenden – terug naar een zorgeloze kindertijd waarin het enige probleem was dat de zomervakantie te snel voorbij ging. Maar wat als je als kind wel ernstige stress hebt ervaren? Of zelfs daarvoor, als je als baby of peuter in een stressvolle omgeving bent opgegroeid? Al deze voorbeelden vallen onder de definitie van stress in de vroege kinderjaren (“early-lifes stress”, hierna ELS), waarbij kinderen fysiek, seksueel en emotioneel misbruikt en/of verwaarloosd worden. Steeds meer onderzoek toont aan dat er een verband bestaat tussen ELS en psychische en fysieke problemen op latere leeftijd. Volgens het Center for Disease Control and Prevention wordt minstens één op de zeven (!) kinderen in de VS slachtoffer van kindermishandeling of verwaarlozing, en dit is waarschijnlijk een onderschatting, aangezien niet alle gevallen worden gemeld. Bovendien blijkt uit onderzoek bij diermodellen zelfs dat ELS het risico op de ziekte van Alzheimer of schizofrenie kan verhogen. In dit artikel gaan we dieper in op het onderzoek en bespreken we data uit diermodellen, uit studies in mensen en de rol van epigenetica. 

De mechanismen en manieren

Om te beginnen moeten we begrijpen hoe stress uw lichaam beïnvloedt en hoe het onder normale omstandigheden wordt geregeld. Hier richt het onderzoek zich op de hypothalamus-hypofyse-bijnier as (“hypothalamus-pituitary-adrenal axis”, hierna HPA-as), het belangrijkste mechanisme dat betrokken is bij stress. Naast de HPA-as zijn ook het  sympathische zenuwstelsel en ontstekingsgerelateerde cytokines betrokken, maar we zullen ons nu concentreren op de HPA-as. De HPA-as is een complex systeem tussen verschillende hormooncentra, zoals de hypothalamus (hersenen), hypofyse (hersenen) en bijnier (nieren), vandaar de naam. De algemene functie ervan is het reguleren van stressreacties via vele processen, waarbij een aantal belangrijke hormonen een rol spelen: 

  • Corticotropine-releasing hormoon (CRH), geproduceerd in de hypothalamus.
  • Adrenocorticotroop hormoon (ACTH), geproduceerd in de hypofyse.
  • Glucocorticoïde hormonen (cortisol bij mensen), geproduceerd in de bijnieren als reactie op CRH en ACTH - cortisol reguleert het systeem door de productie van CRH en ACTH te verminderen in een negatieve feedbackloop. 

Om een lang verhaal kort te maken: de HPA-as reguleert en reageert op stress door deze hormonen vrij te geven, waardoor verschillende andere lichaamssystemen op de stress kunnen reageren. Ze beïnvloeden bijvoorbeeld de verwijding of vernauwing van bloedvaten, hebben invloed op je slaap-waakcyclus, geven glucose vrij als onderdeel van je stofwisselingssysteem en onderdrukken het immuunsysteem. Al deze processen zorgen ervoor dat je goed op stress kunt reageren via de welbekende ‘fight-or-flight’.

Langdurige en extremere stressniveaus kunnen je HPA-as hyperactief en gevoelig maken. Je kunt je waarschijnlijk voorstellen dat dit iemand ook kwetsbaarder kan maken voor stress, maar dit ook afhangt van het type en hoe heftig de stress is (1). Cortisol heeft invloed op veel lichaamssystemen, zoals de beschikbaarheid van glucose als onderdeel van je energiemetabolisme en het immuunsysteem, maar kan ook schadelijke effecten hebben op de hippocampus, het deel van onze hersenen dat verantwoordelijk is voor ons geheugen. Zelfs als we in het verleden soortgelijke situaties hebben meegemaakt, zorgen hoge stressniveaus in huidige situaties ervoor dat we ‘vergeten’ hoe we deze moeilijke situaties kunnen overwinnen. We gaan daardoor minder goed om met stress, terwijl ook de kans op angst en andere stressgerelateerde stoornissen toeneemt (2).

Het is wel ontzettend belangrijk om te beseffen dat niet alle stress slecht is; je lichaam is ontzettend goed in het omgaan met milde tot matige stress door je leven heen. Studies tonen ook aan dat een beetje stress in je leven helpt om het HPA-systeem beter te reguleren, waardoor je beter bestand bent tegen stress. Stress maakt deel uit van ons leven, en onze geest en ons lichaam zijn erop gebouwd om met stress om te gaan; daarvoor hebben we deze geweldige en goed functionerende HPA-as. 

Wat de wetenschap ons laat zien

Wanneer onze goed functionerende HPA-as niet meer zo goed functioneert, ziet het leven er iets minder rooskleurig uit. Veel onderzoek wijst uit dat een ontregeling van de HPA-as het risico op depressie, schizofrenie en geheugenstoornissen verhoogt. In een model van ELS bij muizen waarbij de moeder wordt gescheiden van de pups over een aantal weken, laten studies ons een langdurige toename van cortisol bij de pups zien (3). Deze hogere cortisolspiegels tijdens de ontwikkeling kunnen de regulering van cortisol later in het leven verstoren en hen gevoeliger maken voor stress wanneer ze volwassen worden.

Maternale deprivatie is één van de verschillende manieren om ELS na te bootsen in een diermodel. Andere modellen zijn (onder)voeding, verzorging of nestelen, en maternale stress. Een beroemd, maar tegenwoordig ethisch twijfelachtig experiment van Harry Harlow in de jaren zestig toonde de kracht van hechting tussen pup en moeder aan (4). In dit experiment scheidde Harlow een resus aap mama en haar baby van elkaar en stelde hij twee moederachtige figuren  op voor aan de baby (afbeelding 2): één “moeder” (links) voorzag alleen in de fysiologische behoeften, zoals voedsel en water. De andere ‘mama’ (rechts) gaf iets anders: warmte en hechting, zonder voedsel en water. Harlow zag dat de baby aapjes een sterke voorkeur hadden voor de mama die warmte en hechting (rechts) gaf. Het aapje haalde alleen water en voedsel bij de functionele mama (links) als dat nodig was, en keerde daarna terug naar de zachte mama op rechts. Dit toont aan hoe krachtig de band tussen moeder en kind kan zijn. We zagen dit onlangs zelfs in een iets andere context op sociale media, waar Punch, een babyaapje, een knuffel als ‘surrogaatmoeder’ vond, die hij continu met zich meesleepte.

In de vele dierstudies die zijn uitgevoerd naar ELS, is er bewijs dat ELS later in het leven een effect heeft op het darmmicrobioom (5), het insuline metabolisme, hoge bloeddruk (6), voedingskeuzes (7), emotioneel leren (8), langdurige cortisol regulatie en zelfs seksuele ontwikkeling en gedrag (9-10). Onderzoek wijst zelfs op enkele sekseverschillen als gevolg van ELS: vrouwen lijken meer voedsel te eten met een hoger gehalte aan vet. Dit kunnen we linken aan de invloed die ELS heeft op de veranderingen in specifieke hersencircuits die betrokken zijn bij wat en hoeveel we eten. In een diermodel van de ziekte van Alzheimer (AD) ontdekten onderzoekers dat negatieve ervaringen in de vroege levensjaren het risico op het ontwikkelen van AD verhogen, terwijl positieve ervaringen in de vroege levensjaren juist werden geassocieerd met een bescherming tegen het ontwikkelen van AD. Ze ontdekten zoal dat ELS de programmering van de HPA-as verandert, ontstekingen in de hersenen beïnvloedt, een negatieve invloed heeft op de plasticiteit van de hersenen en de cellulaire functie beïnvloedt (8).

Enerverende epigenetica

Als we als model voor ELS kijken naar stress bij de moeder, ook wel maternale stress genoemd, wordt het bijzonder interessant. Je vraagt je misschien af hoe het stressniveau van een moeder tijdens de zwangerschap van invloed kan zijn op hoe haar kind met stress omgaat. Hier komt epigenetica om de hoek kijken, oftewel hoe eigenschappen van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven, ingebed in en rondom genen. Kort gezegd beïnvloedt epigenetica de genexpressie zonder de genen daadwerkelijk te veranderen, maar door een deel van een gen meer of minder toegankelijk te maken voor expressie door de 3D-structuur ervan te veranderen. Stel je voor: je genetische code is als een kookboek dat je van je ouders hebt gekregen. Zij hebben hun eigen kookboek, inclusief plakbriefjes, krabbels in de kantlijnen, bladwijzers, scheuren en slijtage - dit zijn de epigenetische factoren - en hebben een boek voor je gekopieerd met hun spullen erin. Sommige epigenetische factoren, zoals de plakbriefjes, worden niet gekopieerd (of overgeërfd), terwijl andere, zoals krabbels, wel naar je kookboek worden gekopieerd. Als we dan terugkomen op stress of ondervoeding bij de moeder, kun je je dan voorstellen hoe deze krabbels en scheuren in haar kookboek naar het jouwe kunnen worden gekopieerd?

Een review uit 2015 behandelde veel van de epigenetische aspecten van ELS (11). Angst of depressie bij de moeder tijdens het derde trimester van de zwangerschap lieten een hogere stressrespons bij baby's van drie maanden oud zien. Bovendien werd depressie bij de moeder tijdens het tweede trimester geassocieerd met epigenetische veranderingen bij het kind in serotonine genen (onze ‘geluksstofjes’) en witte bloedcellen (immuunrespons). Zelfs een lage sociaaleconomische status kan worden gebruikt als indicator voor ELS, aangezien dit kan leiden tot een slechte voedingskwaliteit en een hogere fysieke werkbelasting. Hier zien we zelfs epigenetische veranderingen in het bloed die samengaan met een lage sociaaleconomische status. Om het nog interessanter te maken, zijn er consistente bevindingen over de manier van bevalling, zoals een keizersnede of een vaginale bevalling, en epigenetische effecten bij baby’s. Baby's die via een keizersnede worden geboren, ervaren meer stress dan baby's die via een vaginale bevalling worden geboren; deze laatste lijken zich beter aan te passen aan nieuwe omstandigheden en lijken minder vatbaar voor metabool syndroom en astma op latere leeftijd. Hier zien we epigenetische verschillen in de immuunrespons, vooral in witte bloedcellen.

In diermodellen biedt de meta-analyse van Fogelman & Canli (2019) een mooi overzicht van onderzoek naar ELS en (epi)genetica in diermodellen (12). Zij stellen dat het merendeel van het onderzoek wijst op de rol van DNA-methylatie als epigenetisch mechanisme. Kort gezegd vindt DNA-methylatie plaats wanneer een methylgroep (CH3) zich bindt aan specifieke aminozuren op het DNA. Wanneer een methylgroep zich aan het DNA bindt, verandert de structuur van het chromatine, waardoor het DNA min of meer toegankelijk wordt om te worden vertaald of afgelezen in een actief eiwit (13). ELS lijkt te zorgen voor meer methylatie, wat betekent dat ELS invloed kan hebben op genexpressie, en verschillende studies bevestigen dit. Om een studie uit deze review pakken, die werd gepubliceerd in Nature door Weaver et al. (2004), toonde aan dat slechte zorg van een moeder rat voor haar pups leidde tot hogere methylatie in receptoren die worden gelinkt aan stress in de hippocampus van de pups, ons geheugencentrum. De methylatie verminderde de expressie van dit gen, waardoor de jongen minder goed in staat waren om stress te reguleren en daardoor meer reageerden op stress, zelfs tot in de volwassenheid.

Ben ik nu verpest?

Hoewel ELS eng en onvermijdelijk kan klinken, is het ook belangrijk om in gedachten te houden dat niet elke traumatische gebeurtenis schadelijk is of je voor altijd kan achtervolgen. Je hersenen zijn dynamisch, vooral tijdens de kindertijd en adolescentie, en kunnen zich ook als je volwassen bent ontzettend goed aanpassen. Niet alle vormen van trauma's uit de kindertijd hebben dezelfde negatieve effecten, en zeker in de huidige tijd van media heeft men de neiging om elke onaangename gebeurtenis als traumatisch te labelen, van gescheiden ouders tot verhuizen. Dat wil niet zeggen dat deze gebeurtenissen niet traumatisch kunnen zijn, maar het is belangrijk om echt te definiëren wat stress in de vroege kinderjaren en daadwerkelijk jeugdtrauma zijn. De Nederlandse psychiater en professor Christiaan Vinkers benadrukt dit in zijn boek ‘Littekens uit je jeugd’, waarin Vinkers diep ingaat op wat jeugdtrauma wel en niet is, de mechanismen die daarbij een rol spelen en hoe je kunt werken aan herstel.

Om af te sluiten met een positieve noot: het is nooit te laat om je eigen stress te omarmen voor wie ze is. Onze ‘rugzakjes’ kunnen ons zeker vormen, maar hoeven niet onze hele levensreis te bepalen. Leren om spanning en stressvolle situaties te herkennen, weten hoe het je lichaam en stemming beïnvloedt, en experimenteren met manieren om te resetten; dat is de echte truc om weerbaar en mentaal rustiger te worden. Want het doel is niet om stress te vermijden (veel succes daarmee), maar om er beter mee om te leren gaan. En als je je ooit afvraagt waar je stress gewoontes zijn begonnen, dan verdienen nature en nurture waarschijnlijk allebei de schuld.

Auteur: Lotte Smit

Referenties:

  1. Weaver, I. C., Cervoni, N., Champagne, F. A., D'Alessio, A. C., Sharma, S., Seckl, J. R., ... & Meaney, M. J. (2004). Epigenetic programming by maternal behavior. Nature neuroscience, 7(8), 847-854.
  2. Fogelman, N., & Canli, T. (2019). Early life stress, physiology, and genetics: a review. Frontiers in Psychology, 10, 1668.
  3. Frankiensztajn, L. M., Elliott, E., & Koren, O. (2020). The microbiota and the hypothalamus-pituitary-adrenocortical (HPA) axis, implications for anxiety and stress disorders. Current opinion in neurobiology, 62, 76-82.
  4. Stoneham, E. T., McHail, D. G., Samipour-Biel, S., Liehr, N., Lee, C. M., Evans, J. C., ... & Dumas, T. C. (2021). Spatial learning is impaired in male pubertal rats following neonatal daily but not randomly spaced maternal deprivation. Frontiers in Cell and Developmental Biology, 9, 621308.
  5. Seay, B., Alexander, B. K., & Harlow, H. F. (1964). Maternal behavior of socially deprived Rhesus monkeys. The Journal of Abnormal and Social Psychology, 69(4), 345.
  6. Reemst, K., Tims, S., Yam, K. Y., Mischke, M., Knol, J., Brul, S., ... & Korosi, A. (2022). The role of the gut microbiota in the effects of early-life stress and dietary fatty acids on later-life central and metabolic outcomes in mice. Msystems, 7(3), e00180-22.
  7. Murphy, M. O., Herald, J. B., Leachman, J., Villasante Tezanos, A., Cohn, D. M., & Loria, A. S. (2018). A model of neglect during postnatal life heightens obesity-induced hypertension and is linked to a greater metabolic compromise in female mice. International journal of obesity, 42(7), 1354-1365.
  8. Ruigrok, S. R., Kotah, J. M., Kuindersma, J. E., Speijer, E., van Irsen, A. A. S., la Fleur, S. E., & Korosi, A. (2021). Adult food choices depend on sex and exposure to early-life stress: Underlying brain circuitry, adipose tissue adaptations and metabolic responses. Neurobiology of stress, 15, 100360.
  9. Krugers, H. J., Arp, J. M., Xiong, H., Kanatsou, S., Lesuis, S. L., Korosi, A., ... & Lucassen, P. J. (2017). Early life adversity: lasting consequences for emotional learning. Neurobiology of stress, 6, 14-21.
  10. Rhees, R. W., Lephart, E. D., & Eliason, D. (2001). Effects of maternal separation during early postnatal development on male sexual behavior and female reproductive function. Behavioural brain research, 123(1), 1-10.
  11. Yano, K., Matsuzaki, T., Iwasa, T., Mayila, Y., Yanagihara, R., Tungalagsuvd, A., ... & Irahara, M. (2020). The influence of psychological stress in early life on sexual maturation and sexual behavior in male and female rats. Reproductive medicine and biology, 19(2), 135-141.
  12. Vaiserman, A. M. (2015). Epigenetic programming by early‐life stress: Evidence from human populations. Developmental Dynamics, 244(3), 254-265.
  13. Fogelman, N., & Canli, T. (2019). Early life stress, physiology, and genetics: a review. Frontiers in Psychology, 10, 1668.
  14. Moore, L. D., Le, T., & Fan, G. (2013). DNA methylation and its basic function. Neuropsychopharmacology, 38(1), 23-38.
Related Posts
Check onze database
Alles wat je wilt weten over het brein op één plek. 
DATABASE
Related posts:
Here you will write about your company, a tittle description with a maximum of 2 sentences
Copyright © 2022 Brainmatters
magnifiercrossarrow-downarrow-leftarrow-rightmenu-circle