Is het gewoon mijn 'OCD'? Wanneer routine fixatie wordt

Last update: februari 15, 2025
l
Reading time: 3 minutes
l
By Brain Matters

Elke ochtend grijp je misschien naar hetzelfde kopje, maak je je koffie klaar zoals jij het lekker vindt en volg je een volgorde die bijna automatisch aanvoelt, maar ook heel geruststellend. Routines als deze geven structuur aan onze dagen, helpen ons taken uit te voeren en geven ons zelfs een gevoel van veiligheid. Maar wat gebeurt er als routines rigide worden, angst inboezemen of schijnbaar onmogelijk te veranderen zijn? Voor mensen met een Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCD) vervaagt de grens tussen gewoonte en dwang, waardoor een uitdagende en vaak verkeerd begrepen dynamiek ontstaat.

Gewoontes zijn automatische gedragingen die we uitvoeren zonder er veel over na te denken, zoals tanden poetsen of onze schoenveters strikken. Deze handelingen worden gestuurd door de basale ganglia van de hersenen, een gebied dat onder andere verantwoordelijk is voor routineactiviteiten. Gewoontes worden gevormd door herhaling en worden vaak versterkt door een “beloningssysteem” - een gevoel van voldoening of opluchting als de taak voltooid is (Lally et al., 2009). Aan de andere kant is OCD  een psychische aandoening die wordt gekenmerkt door obsessies (opdringerige, verontrustende gedachten) en compulsies (herhaald gedrag dat wordt uitgevoerd om angst te verminderen). In tegenstelling tot gewoontes, worden compulsies gedreven door een behoefte om leed te verlichten in plaats van het bereiken van een neutraal of positief resultaat (Abramowitz et al., 2009). Een gewoonte kan bijvoorbeeld zijn om je handen te wassen na het toiletgebruik, maar een dwang kan zijn om je handen tientallen keren te wassen vanwege een overweldigende angst voor bacteriën.

Gewoontes zijn nuttig en zelfs levensverbeterend, maar OCD verandert ze in starre routines die noodzakelijk aanvoelen om te overleven. Deze starheid komt vaak voort uit de angst die geassocieerd wordt met obsessies. Iemand zonder OCD controleert bijvoorbeeld of het fornuis uit staat voor hij het huis verlaat. Iemand met OCD kan zich echter gedwongen voelen om het  fornuis herhaaldelijk te controleren, gedreven door de angst dat er iets vreselijks zal gebeuren als hij het niet doet.

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen met OCD een verhoogde activiteit hebben in de orbitofrontale cortex, een hersengebied dat betrokken is bij besluitvorming en het reguleren van emoties. Deze overactiviteit kan het moeilijk maken voor de hersenen om het alarm dat er iets mis is “uit te schakelen”, zelfs na het uitvoeren van een taak. Daarnaast kunnen verstoringen in het serotoninesysteem van de hersenen, een chemische route die geassocieerd wordt met stemming en impulscontrole, bijdragen aan de stoornis (Pauls e.a., 2014).

Het is tegenwoordig heel gewoon om mensen te horen zeggen: “Dit kan mijn OCD niet aan”, als ze het hebben over nauwgezet of detailgericht zijn. Hoewel dit onschuldig lijkt, minimaliseert het de ernst van de stoornis en houdt het misvattingen in stand. OCD is niet gewoon netjes zijn of dingen op een bepaalde manier willen; het is een ernstige aandoening die het dagelijks leven aanzienlijk beïnvloedt. Als routines of gewoonten het dagelijks leven verstoren, veel leed veroorzaken of veel tijd in beslag nemen, kan het de moeite waard zijn om een professional binnen de geestelijke gezondheidszorg te raadplegen. OCD is een behandelbare aandoening en veel mensen kunnen verlichting ervaren met de juiste vorm van therapie.

Gewoonten en routines spelen een cruciale rol bij het handhaven van een evenwichtig leven, maar als ze te rigide of angstverwekkend aanvoelen, is het nuttig om te onderzoeken wat erachter zit. Het herkennen van het verschil tussen gewoontes en compulsies kan begrip en medeleven opwekken, en mensen met OCD aanmoedigen om met vertrouwen en zonder bang te hoeven zijn voor andermans oordeel, hulp te zoeken.

Auteur: Ege Su Gülseven

Referenties:

Abramowitz, J. S., Taylor, S., & McKay, D. (2009). Obsessive-compulsive disorder. The Lancet, 374(9688), 491–499. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(09)60240-3

Lally, P., Van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2009). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674

Pauls, D. L., Abramovitch, A., Rauch, S. L., & Geller, D. A. (2014). Obsessive–compulsive disorder: an integrative genetic and neurobiological perspective. Nature Reviews. Neuroscience, 15(6), 410–424. https://doi.org/10.1038/nrn3746

Related Posts
Check onze database
Alles wat je wilt weten over het brein op één plek. 
DATABASE
Related posts:
Here you will write about your company, a tittle description with a maximum of 2 sentences
Copyright © 2022 Brainmatters
magnifiercrossarrow-downarrow-leftarrow-rightmenu-circle