Voedsel dat ons aan het denken zet; kunnen vezels ons slimmer maken?

Last update: januari 31, 2024
l
Reading time: 5 minutes
l
By Brain Matters

Vezels, je hebt de schreeuwende reclames in de supermarkt waarschijnlijk wel voorbij zien komen op specifieke repen, ontbijtgranen en andere producten. Maar waarom leggen fabrikanten zoveel nadruk op dit specifieke voedingsbestanddeel? Je antwoord zou waarschijnlijk zoiets zijn als: 'Het is goed voor onze gezondheid'. Dit is technisch gezien correct, maar wat is specifiek het effect op de gezondheid van de hersenen? In dit artikel pluizen we het laatste onderzoek voor jou uit wat betreft vezels en hun gunstige effecten op cognitie.

Laten we bij het begin beginnen en uitleggen wat we bedoelen met voedingsvezels. De definitie heeft enkele veranderingen ondergaan, maar wordt tegenwoordig gedefinieerd als een koolhydraat dat niet in kleine stukjes kan worden geknipt door eiwit eenheden die enzymen worden genoemd. Daarom komt er bij de verwerking van voedingsvezels geen energie vrij zoals dat wel gebeurt bij andere koolhydraten. Desalniettemin zijn voedingsvezels een cruciaal onderdeel van ons dieet, vooral als we het hebben over onze hersenen.

In onze vorige artikelen hebben we je kennis laten maken met de microbiota-darm-brein as. Deze as vormt een snelweg tussen onze darmen en hersenen en is belangrijk voor de overdracht van signalen en andere metabolieten tussen beide. De afbraak van voedingsvezels door bacteriesoorten in onze darmen resulteert in de opbouw van darmhormonen, die onder andere onze hongersignalen reguleren, en microbiële metabolieten zoals vetzuren met een korte keten. Deze korte-keten vetzuren, zoals butyraat, acetaat of propionaat zijn onder andere belangrijk voor de communicatie tussen de microbiota en de hersenen en voor het activeren van neurotransmitter productie. Een andere voorgestelde route hoe voedingsvezels invloed uitoefenen op cognitie zou via het immuunsysteem kunnen lopen. Echter, tot op heden zijn deze mogelijke routes alleen nog mechanistisch bestudeerd bij dieren.

Cruciaal is dat ons verwesterde dieet in schril contrast staat met de huidige richtlijnen rondom dagelijkse consumptie van voedingsvezels. Volgens deze richtlijn moeten we 25 tot 30 gram voedingsvezels per dag eten. In Nederland ligt de gemiddelde inname ergens tussen de 15 en 23 gram, dus er is genoeg ruimte voor verbetering! Gelukkig, zoals mijn collega, die diëtist is, mij tijdens mijn stage vertelde, is het relatief eenvoudig om kleine aanpassingen in je dieet te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Voordat ik je zijn tips en trucs geef, zal ik een samenvatting geven van wat onderzoek op dit moment heeft aangetoond over vezels en de effecten ervan op cognitieve prestaties.

Mao en collega's publiceerden in 2019 de resultaten van hun studie waarin de vezelinname van 3316 deelnemers 25 jaar lang werd gevolgd. Na deze jaren hebben ze de cognitieve prestaties gemeten van deze deelnemers. Interessant is dat een hogere vezelinname gedurende de jonge volwassenheid geassocieerd was met een beter geheugen van geleerde woorden tijdens de middelbare leeftijd. Bovendien toonden Khan en collega's in 2015 al aan dat vezelinname geassocieerd was met betere aanpassingsvaardigheden bij prepuberale kinderen, ook wel cognitieve controle genoemd.  Voor beide studies is het cruciaal om te vermelden dat er werd gecorrigeerd voor bepaalde variabelen zoals lichaamsbeweging, sociaaleconomische status, opleidingsniveau enz.. Anders hadden we kunnen veronderstellen dat een hoge inname van vezels vooral voorkomt in huishoudens met een hoger inkomen die ofwel beter opgeleid zijn, ofwel het zich kunnen veroorloven om extra geld uit te geven aan een gezondere levensstijl. Als dat laatste het geval is, dan is het ook waarschijnlijk dat diezelfde gezinnen zich beter onderwijs voor hun kinderen kunnen veroorloven, wat leidt tot betere cognitieve prestaties op latere leeftijd. Wat echter nog altijd ontbreekt aan deze observationele studies zoals hierboven beschreven, is dat het alleen mogelijk is om te spreken over een positieve correlatie tussen bijvoorbeeld een hogere vezelinname en cognitieve prestaties. Daarom blijft het onduidelijk of vezels alleen verantwoordelijk zijn voor deze verbeteringen of dat andere voedingsstoffen hier ook een rol spelen.

Daarentegen kunnen interventionele onderzoeken naar de effecten van supplementatie van één specifieke voedingsvezel of vezelrijke diëten ons meer informatie geven. Berding en collega's toonden in 2021 aan dat suppletie van dagelijkse maaltijden met een specifieke voedingsvezel genaamd polydextrose bij gezonde vrouwen resulteerde in verbeterde cognitieve flexibiliteit en aandacht, wat niet werd gezien bij de vrouwen die alleen een placebo kregen. Een ander onderzoek, uitgevoerd door Chung en collega's in 2012, lieten 28 middelbare scholieren 9 weken lang een gemengd graan-dieet of een normaal dieet volgen. Interessant genoeg bleek het vezelrijke gemengd graan-dieet beschermend te zijn. De scores van de reguliere dieetgroep op de mentale vermoeidheids test die een indicatie is voor cognitieve controle, waren lager na 9 weken vergeleken met hun scores aan het begin. Dit was in tegenstelling tot de gemengde graan-dieetgroep waarvan de scores consistent bleven over de tijd.

Dit klinkt veelbelovend, toch? Desondanks is momenteel het huidige bewijs nog te schaars om met stelligheid te beweren dat voedingsvezels de cognitieve prestaties verbeteren, maar de hierboven beschreven resultaten wijzen zeker in die richting. Wat ontbreekt in het huidige onderzoek is een gecontroleerde studie met veel deelnemers en gegevens over wat er gebeurt in de darmen als mensen hun vezelinname veranderen. Als deze twee soorten onderzoeken in de toekomst worden uitgevoerd, kunnen we met meer zekerheid zeggen welk type vezel dat in onze darmen wordt verwerkt, resulteert in gunstige afbraakproducten die naar onze hersenen reizen om onze cognitie te beïnvloeden. Desalniettemin kan ik met een gerust hart zeggen dat het laatste woord over vezels en hun effect op cognitie nog niet is gesproken, aangezien er studies onderweg zijn om deze relatie verder te ontrafelen!

In de tussentijd kan het dus geen kwaad om af en toe popcorn als tussendoortje te eten of 's ochtends wat cacaopoeder door je havermout te roeren. Je zult verbaasd zijn over hoeveel vezels je aan je dieet toevoegt middels deze kleine en makkelijke aanpassingen die je waarschijnlijk en hopelijk ook lekker vindt.

Auteur: Joyce Burger

Afbeelding: AI (Bing image creator)

Referenties:

  • Berding, K., Carbia, C., & Cryan, J. F. (2021). Going with the grain: Fiber, cognition, and the microbiota-gut-brain-axis. Experimental Biology and Medicine, 246(7), 796-811. 
  • Berding, K., Long-Smith, C. M., Carbia, C., Bastiaanssen, T. F., van de Wouw, M., Wiley, N., Strain, C. R., Fouhy, F., Stanton, C., & Cryan, J. F. (2021). A specific dietary fibre supplementation improves cognitive performance—an exploratory randomised, placebo-controlled, crossover study. Psychopharmacology, 238, 149-163. 
  • Chung, Y.-C., Park, C.-H., Kwon, H.-K., Park, Y.-M., Kim, Y. S., Doo, J.-K., Shin, D.-H., Jung, E.-S., Oh, M.-R., & Chae, S. W. (2012). Improved cognitive performance following supplementation with a mixed-grain diet in high school students: a randomized controlled trial. Nutrition, 28(2), 165-172. 
  • Khan, N. A., Raine, L. B., Drollette, E. S., Scudder, M. R., Kramer, A. F., & Hillman, C. H. (2015). Dietary fiber is positively associated with cognitive control among prepubertal children. The Journal of nutrition, 145(1), 143-149. 
  • Mao, X., Chen, C., Xun, P., Daviglus, M. L., Steffen, L. M., Jacobs Jr, D. R., Van Horn, L., Sidney, S., Zhu, N., & Qin, B. (2019). Intake of vegetables and fruits through young adulthood is associated with better cognitive function in midlife in the US general population. The Journal of nutrition, 149(8), 1424-1433. 
  • Silva, Y. P., Bernardi, A., & Frozza, R. L. (2020). The role of short-chain fatty acids from gut microbiota in gut-brain communication. Frontiers in endocrinology, 11, 25. 
  • Stephen, A. M., Champ, M. M.-J., Cloran, S. J., Fleith, M., Van Lieshout, L., Mejborn, H., & Burley, V. J. (2017). Dietary fibre in Europe: current state of knowledge on definitions, sources, recommendations, intakes and relationships to health. Nutrition research reviews, 30(2), 149-190. 
Related Posts
Check onze database
Alles wat je wilt weten over het brein op één plek. 
DATABASE
Related posts:
Here you will write about your company, a tittle description with a maximum of 2 sentences
Copyright © 2022 Brainmatters
magnifiercrossarrow-downarrow-leftarrow-rightmenu-circle