January 6th, 2014

Je brein bepaalt wat je ziet, maar wie bepaalt jouw brein?

Het is inmiddels geen geheim meer; je brein bepaalt wat je ziet. Maar zoals je waarschijnlijk ook wel weet; hersenonderzoekers hebben verschillende methoden ontwikkeld om invloed uit te oefenen op het brein. Dus, 1 en 1 is 2, onderzoekers zouden moeten kunnen bepalen wat jij ziet! Een elegant nieuw onderzoek uit Duitsland deed precies dat.

Strijd in je brein
In een binocular rivalry paradigma kregen proefpersonen in één oog een gezicht te zien, maar in het tweede oog een aantal bewegende stippen. Zoals altijd in een dergelijke situatie trad er competitie op tussen de twee stimuli in de twee ogen (binocular = twee-ogen, rivalry = competitie), waardoor proefpersonen afwisselend enkel een gezicht of bewegende stippen zagen. Dat werkt ongeveer zo… Er vindt een strijd plaats in je brein tussen een representatie van een gezicht, door gezicht-neuronen, en een representatie van bewegende stippen, door beweging-neuronen. Op het moment dat proefpersonen een gezicht zien, zijn de gezicht-neuronen de bovenliggende partij. Maar het is hard werken om een gezicht te representeren, dus in deze periode kunnen de beweging-neuronen zich hergroeperen en hun krachten weer opbouwen, terwijl de gezicht-neuronen steeds meer vermoeid raken. Zodra de gezicht-neuronen te zwak worden en de beweging-neuronen sterk genoeg, worden de beweging-neuronen de bovenliggende partij en ziet de proefpersoon bewegende stippen. Dan zijn de rollen omgedraaid, worden de beweging-neuronen vermoeider, de gezicht-neuronen weer sterker, enzovoort, enzovoort. Zie het als een eeuwigdurende veldslag waarbij beide partijen om de beurt aan het winnen zijn.

Invloed van buitenaf
De onderzoekers pasten transcraniale magnetische stimulatie (TMS) toe om het hersengebied voor verwerking van beweging (V5/hMT) te verstoren. Vermoedelijk zitten daar een flink aantal van de strijdende beweging-neuronen, dus wellicht konden ze op die manier direct invloed uitoefenen op de bewuste waarneming van hun proefpersonen. Wat bleek? Proefpersonen zagen relatief minder vaak bewegende stippen, in vergelijking met gezichten. We hebben het dan over een ratio, dus kon dat resultaat nog te wijten zijn aan een minder lang waarnemen van bewegende stippen, of het langer waarnemen van gezichten (ga dat maar even na in je hoofd). Je zou misschien verwachten dat in totaal minder bewegende stippen werden gezien, omdat TMS de beweging-neuronen zou hebben gestoord tijdens het representeren van beweging. Echter, het tegenovergestelde was waar. Mensen zagen juist voor langere perioden een gezicht, maar zagen even lang bewegende stippen.

TMS en bewuste waarneming
Dat is belangrijke en interessante informatie. Het zegt ons namelijk dat TMS specifiek en alleen een (meetbaar) effect had op de beweging-neuronen terwijl ze de strijd verloren en zich aan het hergroeperen waren. Zo bleven gezicht-neuronen langer de bovenliggende partij voordat ze weer overmeesterd werden. Dergelijk onderzoek leert ons dus iets over het soort processen achter binocular rivalry, het soort effecten dat TMS kan hebben, en welke gebieden en mechanismen verantwoordelijk zijn voor onze bewuste waarneming. Bovendien kon TMS daar gewoon direct invloed op uitoefenen. En dat is heel cool…

Dit onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Current Biology

Auteur: Tom de Graaf
Laat een reactie achter

Please wait... loading