Termen database

ERP

Het EEG-signaal dat wordt veroorzaakt door de hersenen wordt versterkt voordat het de computer bereikt. In de computer is een software geprogrammeerd die precies weet wanneer een stimulus aangeboden wordt. De activiteit die direct achter deze stimulus-aanbieding zichtbaar is, wordt geassocieerd met de stimulus.  Er worden echter ook een heleboel andere dingen zichtbaar in het EEG. Het gaat om dingen die niets te maken hebben met het reageren op een stimulus, zoals bijvoorbeeld het knipperen met de ogen, of het aansturen van spieren in de nek. Om dit tegen te gaan kunnen gelijke stimuli heel vaak achter elkaar aangeboden worden. Na afloop van het onderzoek worden de stukjes die horen bij de stimuli over elkaar heen gelegd en gemiddeld. Na het middelen komt er een mooiere gladde lijn uit, die gezuiverd is voor ruis. Zo’n gemiddeld stukje wordt een Event-related Potential (ERP) genoemd.

Er zijn verschillende componenten terug te zien in een ‘standaard-ERP’, deze worden ook wel pieken genoemd. De eerste componenten van de ERP zijn automatische reacties van de hersenen die samengaan met het detecteren van een stimulus. De latere componenten worden veroorzaakt doordat er een respons gemaakt moet worden. Een component wordt in de literatuur op een bepaalde manier beschreven. Dit maakt het makkelijker om te begrijpen wat er precies bedoeld wordt, maar je moet de benamingen natuurlijk wel even kennen.

  • Polariteit; is het component positief of negatief
  • Latency; hoe lang na de aanbieding van de stimulus verschijnt het component
  • Topografie; op welke elektrode wordt het component vooral teruggevonden

Een positief component op 300 ms na aanbieding van de stimulus, in de parietale kwab wordt bijvoorbeeld aangeduid met P3-P300.

Nu we deze basisinformatie hebben kan ook gekeken worden naar de toepassing van EEG. Met behulp van EEG kunnen we namelijk verschillende processen van elkaar onderscheiden. Wanneer de stimulus bijvoorbeeld vaag wordt gemaakt, is dit in het EEG-signaal te zien doordat de vroege componenten (P1, N1 en P2) een langere latency hebben, vergeleken met een controle-conditie. Op dezelfde manier kun je ook cognitieve variabelen veranderen (je kunt de stimulus bijvoorbeeld roteren). Je ziet dan precies welke componenten worden aangetast door verschillende processen.

In een EEG-signaal kunnen ook verschillende ‘bijzondere’ componenten worden teruggevonden. Een voorbeeld hiervan is de ERN, wat staat voor Error Related Negativity. Zoals de naam al zegt is dit een negatief component dat gevonden wordt na het maken van een fout in de taak. Dit component is dus een reflectie van het bewust worden van de fout die gemaakt is, en wordt ook wel de ‘oeps-reactie’ genoemd.

 

Auteur: Myrthe Princen
Please wait... loading