Termen database

Dendrieten

Simpel gezegd heeft een neuron twee uiteinden: het dendriet en het axon. Dendrieten zijn de vertakkingen rondom de celkern (dendriet betekent letterlijk “boom”). Op het oppervlak van het dendriet bevinden zich synaptische receptoren. Via deze receptoren ontvangt het dendriet informatie van de axonen van andere neuronen. De dendrieten geven deze prikkels door aan de celkern, terwijl de axonen juist prikkels van de celkern af geleiden. Hoe groter het dendrietoppervlak, hoe meer informatie van andere neuronen het dendriet kan ontvangen.
Dendrieten kunnen ook stekels bevatten. Dit zijn kleine knopen die met een smal buisje aan het oppervlak van het dendriet verbonden zijn. Op deze dendritische stekels bevinden zich ook synapsen.

Fine-tuning

Axonen en dendrieten blijven voortdurend aan verandering onderhevig. Dit proces wordt gestuurd door ervaringen en leren. Hoe meer prikkels een organisme krijgt, hoe meer dendrieten er ontspruiten. Een rat die in een verrijkte omgeving leeft, bijvoorbeeld in een kooitje met veel speeltjes en variatie, zal meer dendrieten ontwikkelen dan een rat die in een kaal kooitje leeft. Dit komt doordat de rat in de verrijkte omgeving meer prikkels krijgt en gestimuleerd wordt om actief te zijn. De groei van dendrieten en axonen bij ratten hangt dan ook samen met een verbeterde leercapaciteit. Bij mensen zijn deze effecten echter niet of nauwelijks aanwezig. Het is dus niet zo dat de hersenen een spier zijn die te trainen is, zoals vaak gedacht wordt. “Brain training” verbetert weliswaar de prestatie op de taak die getraind wordt (bijvoorbeeld een bepaalde geheugentaak), maar heeft niet of nauwelijks effect op andere vaardigheden of het algemene intellectueel functioneren.

Auteur: Bart Aben
Please wait... loading