Posts Tagged ‘illusie’

Illusie onder de loep 4: verdwijnend plaatje

Posted on: April 19th, 2018 by Job van den Hurk No Comments

Bij BrainMatters nemen we af en toe enkele coole illusies onder de loep. Hoe werken ze nu eigenlijk? En wat leren ze ons over ons brein? Vandaag: het verdwijnende plaatje!

De instructie voor deze is simpel: ga er eens goed voor zitten en richt je ogen op een punt ergens in het midden van onderstaande plaatje. Blijf ongeveer 30 seconden naar dit punt staren en probeer zo min mogelijk te knipperen.

 

 

Als je je ogen goed stil hebt gehouden, zul je waarschijnlijk hebben opgemerkt dat het plaatje langzaam verdwijnt. Stukje bij beetje wordt de afbeelding ingevuld met de witte achtergrondkleur, tot er niets meer van over is! Beweeg één keer met je ogen, en je ziet de originele afbeelding weer terug. Deze illusie staat bekend als het Troxler-effect. Hoe werkt dat precies?

Slimme filters

Onze ogen vangen continu ontzettend veel informatie op, die ze direct ons brein insturen. Als we al die informatie zouden moeten verwerken, zouden we helemaal gek worden van alle details en zou ons brein binnen de kortste tijd overprikkeld raken! Daarom moet ons brein deze visuele input heel slim filteren, zonder dat we daar veel van merken. Eén van deze trucjes heet filling in oftewel invullen.

Filling in

Hetgene waar we onze ogen op focussen zien we in groot detail. Alles daaromheen, echter, is een stuk minder scherp. Dit deel van je gezichtsveld wordt ook wel de periferie genoemd. Hou je ogen maar eens gericht op een object wat zich bij je in de buurt bevindt, en let eens op wat je dan allemaal in je ooghoeken ziet. Vaag en onscherp, toch?

Dat komt voornamelijk omdat het aantal lichtgevoelige cellen in de perifere delen van je oog een stuk lager ligt dan het aantal cellen dat zich in het centrum bevindt. Om nu uit die gebrekkige informatie uit de periferie toch wat zinvols te maken, vult je brein informatie in die er eigenlijk niet is. Als je bijvoorbeeld naast een witte muur staat, is het dan belangrijk voor je brein om elk stukje van die witte muur in zich op te nemen? Of is het voldoende om te weten dat die muur ongeveer helemaal wit is, op die deurpost en dat schilderij na? Die laatste strategie is natuurlijk een stuk efficiënter. Daarom vult je brein die witte muur helemaal in met wit, op de duidelijk niet-witte objecten na. Kleine schroefjes, scheurtjes of vlekjes verdwijnen daardoor.

De illusie hierboven maakt slim gebruik van dit principe. Het zit zo inelkaar dat de gekleurde vlekken heel gladjes in elkaar overvloeien, waardoor er geen duidelijke randen zichtbaar zijn. Verder zijn de kleuren ook niet al te fel, waardoor het brein ze gemakkelijker even wegzet als ‘witte achtergrond’. Dat is wat je ziet gebeuren als je naar één puntje in dit plaatje blijft staren – je brein wordt wat vermoeid,  en vult de vlekjes langzaam in als achtergrond. Zodra je met je ogen beweegt, verandert de informatie die je ogen ontvangen en wordt de input weer als nieuw ervaren. Het verdwenen plaatje keert dan direct terug.

Illusie onder de loep 3: hybride afbeelding

Posted on: July 10th, 2017 by Job van den Hurk No Comments

Bij BrainMatters nemen we de komende tijd enkele coole illusies onder de loep. Hoe werken ze nu eigenlijk? Vandaag: hybride afbeeldingen!

Hieronder zie je een afbeelding van niemand minder dan ‘s werelds beroemdste wetenschapper Albert Einstein.

Albert Einstein… of toch Marilyn Monroe?

Ga nu maar eens op een afstandje van je scherm staan. Een metertje of 2-3 zal volstaan. En ineens is onze Albert veranderd in Marilyn Monroe! Wanneer je bent bekomen van de schrik kun je weer wat dichter naar je scherm toe bewegen, om te zien dat Marilyn langzaam weer plaats maakt voor Einstein. Hoe kan dat?

Van dichtbij kijken of van veraf kijken

Wanneer je van dichtbij naar iets kijkt, zoals naar een afbeelding, kunnen je ogen de fijne details goed zien. Grovere licht-/donkerverschillen zijn voor het brein een stukje minder interessant op dat moment, want de details bieden meer dan genoeg informatie over hetgene waar je naar kijkt. Wanneer je echter op grote afstand gaat staan, zijn de minieme details zoals haartjes en rimpels te ver weg om duidelijk te zien. De schaduwen en contouren zijn op dat moment nog wel goed zichtbaar, en zal het brein zich hier op moeten focussen om te bepalen waar het naar kijkt.

Spatiële frequentie

De visuele illusie hierboven wordt veroorzaakt doordat de foto’s van Monroe en Einstein over elkaar zijn heengelegd. De twee foto’s verschillen echter op een eigenschap die ook wel de spatiële frequentie of ruimtelijke frequentie wordt genoemd. Deze ingewikkelde term verwijst naar de fijnheid van details in een afbeelding. De nauwkeurige lijntjes zoals haartjes, rimpels en stoppels hebben een hoge spatiële frequentie, terwijl zaken als schaduwen en grove contouren een lage spatiële frequentie hebben. Zoals je hieronder kunt zien, bestaat de foto van Marilyn Monroe enkel uit vage licht-/donkertinten, terwijl de afbeelding van Einstein heel detailrijk is.

Marilyn Monroe (links) in enkel vage, grofmazige licht-/donkertinten (lage spatiële frequenties), Albert Einstein (rechts) afgebeeld in fijne details (hoge spatiële frequenties).

Door van dichtbij te kijken, letten je hersenen met name op de fijne details en zie je dus Albert Einstein. Wanneer je echter te ver weg staat om deze details te kunnen zien, heeft je brein enkel nog de grovere informatie van het gezicht van Marilyn Monroe en zie je dus ineens haar gezicht.

Illusie onder de loep 2: licht/donker illusie

Posted on: October 6th, 2016 by Job van den Hurk No Comments

Bij BrainMatters nemen we de komende tijd enkele coole illusies onder de loep. Hoe werken ze nu eigenlijk? Vandaag: de licht/donker illusie!

Hieronder zie je twee vormen op elkaar geplakt, vorm A en vorm B. Welk van de twee vormen is het donkerst van kleur?

identical-colors-big

Welk vlak is het donkerst: vlak A of vlak B?

Grote kans dat je zegt dat vorm A het donkerste is. Zou je me geloven als ik zeg dat vorm A en B precies dezelfde kleur hebben? Plaats je vingers maar eens op het stuk waar de twee vormen elkaar raken. Zie je wel? Hoe kan dat nou?

Kijken doe je met je ogen, zien doe je met je hersenen

Nu je weet dat beide vlakken eigenlijk dezelfde kleur hebben, weet je ook dat je ogen dus dezelfde kleur licht ontvangen als ze naar vorm A en vorm B kijken. Dat betekent dat je hersenen iets doen met de signaaltjes die uit je ogen komen!

In je hersenen zit veel informatie over hoe de wereld in elkaar zit. Je brein gebruikt deze informatie om voorspellingen te maken. Je hoeft je pen niet te laten vallen om vantevoren al te weten dat hij dan naar beneden valt. Je weet dat als je een bal voor een lamp houdt, er een ronde schaduw op de muur te zien zal zijn. Als je een lamp uit gaat doen, zal het donkerder worden in de kamer dan als je de lamp laat branden. Je brein weet een hoop van deze dingen omdat je al jarenlang ‘getraind’ bent als mens, want iedere dag werken de meeste dingen op dezelfde manier als gisteren.

Dat geldt ook voor het plaatje hierboven. De afbeelding is zo gemaakt dat het net lijkt alsof er een lichtbron op vlak A schijnt, terwijl vlak B in de schaduw valt. Door jarenlange ervaring weten je hersenen dat een object lichter wordt als er een licht op schijnt, en donkerder als hij in de schaduw valt. Als je bijvoorbeeld twee identieke blauwe vellen papier hebt waarvan eentje in de schaduw ligt, zal dat velletje wat donkerder zijn. Tóch zie je dat de velletjes eigenlijk dezelfde kleur hebben. Dat komt omdat je brein met al haar kennis van de wereld dit verschil in licht/donker een klein beetje compenseert.

En dat is precies wat er bij deze illusie gebeurt. Je hersenen zien dat er licht op het bovenste vlak valt, terwijl het onderste vlak in de schaduw staat. Je brein compenseert dit door het vlak in de schaduw (B) wat lichter te laten lijken en het vlak in het licht (A) wat donkerder te laten lijken. Met als resultaat dat je een duidelijk verschil tussen de kleuren ziet terwijl ze in feite precies dezelfde kleur hebben!

Illusie onder de loep 1: Ninio’s illusie

Posted on: September 21st, 2016 by Job van den Hurk No Comments

Bij BrainMatters nemen we de komende tijd enkele coole illusies onder de loep. Hoe werken ze nu eigenlijk? Vandaag: Ninio’s illusie!

Hoeveel zwarte stipjes zie je in onderstaande plaatje?

pjsw9qrVeel mensen zullen even goed moeten kijken voordat ze ontdekken dat er maar liefst 12 zwarte stippen te zien zijn. Het probleem is: je kunt ze vrijwel niet tegelijk zien! Hoe kan dat?

Je oog is geen camera

Licht dat op je ogen valt wordt omgezet in elektrische signaaltjes, die vervolgens naar je hersenen worden gestuurd. Het deel van je oog dat hier verantwoordelijk voor is, wordt de retina genoemd: een netvlies met lichtgevoelige sensoren. Deze sensoren zijn echter niet gelijkmatig verdeeld over de retina. In het midden van de retina, de fovea genoemd, zitten namelijk veel meer sensoren dan daar omheen. Op deze plek vallen de lichtbundels die uit het midden van je gezichtsveld komen. Dat zorgt er voor dat je zaken waar je recht naar kijkt scherp en gedetailleerd kunt zien! Maar buiten je gezichtsveld, in de zogeheten periferie, zie je een stuk minder duidelijk. Kijk maar eens naar een voorwerp dat bij je in de buurt staat. Het voorwerp zelf is duidelijk zichtbaar, maar alles wat zich nu buiten je gezichtsveld bevindt is een stuk minder scherp!

Kijken doe je met je…

Dat is het punt waarop het brein een belangrijke rol gaat spelen. Omdat je ogen minder sensoren in de periferie hebben, ontvangt je brein maar weinig gedetailleerde informatie uit die plekken. Wat doen je hersenen met onvolledige informatie? In zulke gevallen probeert je brein de gaten in de informatie zelf in te vullen. In het dagelijks leven zorgt dit er voor dat het lijkt alsof je in je periferie ook vrij aardig zicht hebt. Je hebt immers niet de indruk dat je door een onscherpe koker aan het kijken bent de hele dag.

In deze specifieke illusie komt dit effect duidelijk naar voren. Je brein heeft waargenomen dat het raster van de grijze lijnen een herhalend patroon vormt. Op het moment dat je naar één van de zwarte stipjes kijkt, vallen andere zwarte stipjes in de periferie van je gezichtsveld en neem je ze niet goed waar. Je brein vult deze ontbrekende informatie in met de informatie die ze wél heeft, namelijk het grijze raster! Met als resultaat dat sommige zwarte stippen lijken te verdwijnen als je er niet naar kijkt.

Please wait... loading