May 26th, 2014

Universele taalregels ingebakken in het brein

Universele regels die ten grondslag liggen aan alle menselijke talen liggen verankerd in de menselijke hersenen. Klankreeksen die overal ter wereld ongebruikelijk zijn, blijken voor het brein lastig te verwerken.

 

Hoeveel sommige talen ook van elkaar verschillen, meestal zijn er toch overeenkomsten. Bijvoorbeeld wat betreft de opeenvolging van klanken. Zo beginnen in de meeste talen maar weinig lettergrepen met de klanken lb. De klankcombinatie bl is daarentegen wel veelvoorkomend. Zijn deze universele taalregels een overblijfsel van een oertaal? Weerspiegelen ze wat voor onze spraak- en gehoororganen het makkelijkst te onderscheiden is? Of legt de manier waarop onze hersenen taal verwerken beperkingen op aan de mogelijke opeenvolgende klanken? Dat laatste zou mogelijk betekenen dat basale grammaticale regels worden opgelegd door de biologische structuur van de taalcentra in de hersenen.

Sonoriteit

Een onderzoeksteam van onder andere de Northeastern University in Boston ging deze oude lingu├»stische vraag te lijf met moderne MRI-apparatuur. Ze lieten proefpersonen lettergrepen horen waarvan de structuur in de meeste talen veel voorkomt en andere lettergrepen met een ongebruikelijkere structuur. Bijvoorbeeld: een lettergreep als blif komt in de meeste talen vaker voor dan bnif. Bdif is nog zeldzamer en lbif komt vrijwel niet voor. Taalkundigen vermoeden dat dit fenomeen samenhangt met iets dat ze ‘sonoriteit’ noemen; de hoeveelheid geluid die gepaard gaat met het uitspreken van een klank. Opeenvolgende medeklinkers aan het begin van een lettergreep hebben meestal een toenemende sonoriteit. Een afnemende of gelijkblijvende sonoriteit komt beduidend minder vaak voor.

Blijkbaar heeft sonoriteit een grote invloed op de structuur van lettergrepen in vrijwel alle talen. Komt dat doordat het verstaan en uitspreken van ongebruikelijke klankreeksen lastiger is? Dan zou je verwachten dat tijdens het luisteren hersengebieden die betrokken zijn bij het verwerken van geluid en het aansturen van de spraakorganen actiever worden dan bij veelvoorkomende klanken. Ongebruikelijke klanken als bdif bleken inderdaad de hersendelen die geluid analyseren sterker te prikkelen. Maar het gedeelte van de motorcortex dat het strottenhoofd aanstuurt, werd juist minder actief.

Gebied van Broca

Waar de hersenactiviteit wel omhoog ging was in het achterste gedeelte van het gebied van Broca: een hersendeel waarvan al sinds de 19e eeuw bekend is dat het belangrijk is voor taalproductie maar dat ook een rol speelt bij het begrijpen van grammatica. Dat dit hersengebied harder aan het werk gaat bij ongebruikelijke lettergrepen duidt er op dat het zulke klankreeksen niet effici├źnt kan verwerken. Misschien is dat dus de reden dat deze klanken minder vaak in onze talen voorkomen.

De meeste lettergrepen die de Engelstalige proefpersonen te horen kregen, komen niet in het Engels voor. Het effect kan dus niet veroorzaakt zijn omdat ze de veelvoorkomende lettergrepen nu eenmaal vaker hebben gehoord. Dat sluit overigens niet uit dat de oorsprong van de ‘oplopende sonoriteit-regel’ buiten ons brein ligt. Misschien vormt het neurale taalsysteem zich naar die regel als we leren spreken en past het die vervolgens ook toe op lettergrepen die we nog nooit hebben gehoord.

Het onderzoek werd recent gepubliceerd in PLOS ONE

Auteur: Daan Schetselaar
Laat een reactie achter

Please wait... loading