November 2nd, 2016

Leugentje om bestwil

Een leugentje vertellen doen we allemaal wel eens, maar voelt niet altijd prettig. Nu blijkt dat als we vaker liegen, het emotiecentrum van het brein ongevoeliger wordt voor leugens. Dat maakt liegen in de toekomst makkelijker en makkelijker, laat nieuw hersenonderzoek zien.

Liegen is het bewust niet vertellen van de waarheid wanneer de ontvanger van de boodschap in veronderstelling is dat je wél eerlijk bent. Het is iets typisch menselijks, en we doen het om verschillende redenen: uit angst een ander te kwetsen, om persoonlijk gewin, om onzekerheid. Toch is het iets waarvan we diep van binnen weten dat het niet goed is: meestal voelen we ons er niet prettig bij.

Emotiecentrum

Het zal niemand verbazen dat één van de belangrijkste emotiecentra in de hersenen, de amygdala, betrokken is bij het vervelende gevoel dat we kunnen ervaren als we liegen. De activiteit van de amygdala zorgt er dus voor dat we niet te vaak een loopje met de waarheid nemen, want dat vinden we niet prettig. Een team Amerikaanse onderzoekers, gespecialiseerd in de psychologie van leugens en bedrog, bedacht een interessant experiment waarmee ze konden kijken wat herhaaldelijk oneerlijk zijn met het brein doet.

Oneerlijk geld verdelen

Deelnemers namen deel aan een bijzonder onderzoek waarbij oneerlijkheid werd uitgelokt. Bij binnenkomst werden ze voorgesteld aan een tweede deelnemer aan de studie, die stiekem medewerker was aan het onderzoek. De daadwerkelijke proefpersoon kreeg de rol van ‘Adviseur’ toegewezen, terwijl de medewerker de rol van ‘Schatter’ kreeg.

De Adviseur nam plaats in de hersenscanner, en kreeg daar om de zoveel tijd een afbeelding van een glazen pot te zien met daarin een hoeveelheid 1-cent muntjes. De totale waarde binnen de pot varieerde tussen de 15€ en de 35€. De Adviseur moest een schatting maken van hoeveel geld er in de pot zat, en deze informatie doorspelen aan de Schatter. De Adviseur werd verteld dat de Schatter dezelfde afbeelding te zien kreeg, maar dan een stuk kleiner en slechts één seconde. De Schatter moest dus op basis van gebrekkige informatie én het advies van de Adviseur een schatting maken van de hoeveelheid geld in de pot. Doorgaans kregen zowel de Adviseur als de Schatter een financiële beloning die afhankelijk was van hoe nauwkeurig de uiteindelijke schatting van de Schatter was.

Valsspelen

Maar de Adviseur (de werkelijke proefpersoon) kreeg vantevoren nog te horen dat hij wat extra centen kon verdienen in dit experiment (zonder dat de Schatter daar van af wist). In sommige gevallen zou de Adviseur méér beloond worden naar mate de Schatter de inhoud van de pot overschatte. De Adviseur kon zichzelf dus verrijken door de Schatter een te hoog bedrag door te geven. De Schatter kreeg dan wel minder beloning, want hij zat er ver naast. In een andere conditie kon de Schatter, die niks afwist van het speciale beloningsmechanisme, meer verdienen als hij het bedrag overschatte, terwijl de beloning voor de Adviseur niet veranderde. In dit geval kon de Adviseur dus ook een te hoog bedrag doorgeven, om zo de Schatter een financieel cadeautje te geven.

Meer en meer

Allereerst bleek dat wanneer de proefpersoon (in de rol van Adviseur) kon liegen om zo de Schatter te verrijken, hij dit vrij constant deed. Een leugentje om een ander te helpen, waarom niet? Maar wanneer de Adviseur kon liegen om zichzelf te verrijken, gebeurde er iets bijzonders. De eerste keer overschatte de Adviseur de inhoud van de pot licht, om zo een klein gewin er uit te halen. Maar bij de gelegenheden die volgden, werd de mate van overschatting groter en groter. De Adviseur werd steeds oneerlijker in het spel!

Wanneer de onderzoekers in het brein van de Adviseur keken, zagen ze iets bijzonders gebeuren in de Amygdala. Dit hersengebied werd steeds minder actief naar mate de Adviseur meer vals ging spelen. Dit lijkt er op te wijzen dat het nare gevoel dat vaak gepaard gaat met oneerlijk zijn langzaam afnam, wat verklaart waarom de Adviseur steeds grotere bedragen voor persoonlijk gewin probeerde binnen te harken. Die afname in Amygdala-activiteit vond echter niet plaats in de conditie waarbij de Adviseur kon liegen voor de winst van een ander. Blijkbaar is herhaaldelijk liegen niet voldoende om er aan te wennen: er moet daadwerkelijk persoonlijk voordeel in behaald worden om ongevoeliger te worden voor oneerlijkheid.

Dit onderzoek geeft een bijzonder inzicht in wat er gebeurt in hersenen van mensen wanneer liegen persoonlijk voordeel oplevert. Op den duur vermindert het schuldgevoel, en groeit daarmee de neiging om meer oneerlijk te handelen.

 

Dit onderzoek werd onlangs gepubliceerd in Nature Neuroscience.

Auteur: Job van den Hurk
Laat een reactie achter

Please wait... loading