February 4th, 2013

Extra breinkracht door neurofeedback

Heb je plaatselijk wat extra breinkracht nodig? Dan zet je het benodigde hersengebied even in een hogere versnelling. Dat kan met neurofeedback, denkt een team onderzoekers uit Zwitserland en Engeland. Ze leerden mensen de spontane achtergrondactiviteit in hun visuele hersengebieden te verhogen. Wie dat lukte, ging inderdaad beter zien.

Je hersenen zitten niet rustig te wachten tot jij ergens naar kijkt of aan iets denkt. Ook als je niets doet, zijn je neuronen altijd druk in de weer. Door die spontane hersenactiviteit te meten en in (bijna) real time te laten zien, kun je er controle over krijgen. Dat heet neurofeedback en wordt bijvoorbeeld toegepast als behandeling van ADHD en epilepsie. Daarbij gaat het meestal om algemene activatiepatronen in grote delen van de hersenen. Maar volgens een team Engelse en Zwitserse onderzoekers kun je met neurofeedback ook heel gericht de activiteit in specifieke delen van de hersenen verhogen, en ze daarmee zelfs effectiever laten werken.

Voor de geest halen

De deelnemers aan het experiment leerden de spontane achtergrondactiviteit te verhogen in hun visuele cortex; een deel van het brein dat zorgt dat we kunnen zien. Hoe ze dat aanpakten, mochten ze zelf weten. Als tip kregen de proefpersonen om zich iets of iemand zo helder mogelijk voor de geest te halen. Welk effect die mentale inspanning had op activiteit in de visuele cortex werd gemeten door een MRI-scanner. De proefpersonen kregen in de scanner voortdurend te zien of de activiteit in hun visuele cortex omhoog of omlaag ging (weliswaar met een kleine vertraging want het meten van hersenactiviteit kost nu eenmaal wat tijd).

Neuronen onder controle

Niet iedereen kreeg zijn neuronen onder controle, maar een aantal proefpersonen leerde na een half uur oefenen de achtergrondactiviteit in visuele hersengebieden tijdelijk op te schroeven. Vervolgens  testten de onderzoekers of die daar ook daadwerkelijk effectiever van werden. Dat deden ze door de proefpersonen voor en na het experiment heel zwakke stimuli te laten zien. Deelnemers die de activiteit in hun visuele cortex konden opkrikken, wisten inderdaad meer stimuli te detecteren. De hogere achtergrondactiviteit had dus echt effect op de werking van de hersenen: het gezichtsvermogen was tijdelijk gevoeliger geworden.

De onderzoekers denken dat neurofeedback een waardevol onderzoeksinstrument kan worden. Je zou er immers rechtstreeks specifieke hersengebieden mee kunnen stimuleren en vervolgens meten wat de gevolgen zijn op gedrag. Maar er is nog veel onduidelijk over wat er nu precies gebeurt tijdens neurofeedback. En het is nog maar de vraag of ook de werking van niet-visuele hersengebieden er mee gestimuleerd kan worden. Enige terughoudendheid lijkt dus op zijn plaats.

 

Het onderzoek werd onlangs gepubliceerd in The Journal of Neuroscience.

Auteur: Daan Schetselaar
Laat een reactie achter

Please wait... loading